Kort samengevat: In de afgelopen tien jaar is het aantal zelfdodingen onder jongeren (tot 30 jaar) in Nederland duidelijk toegenomen. Recente overzichten en analyses laten zien dat het aantal sterfgevallen door zelfdoding in de jongste leeftijdsgroepen omhooggaat, met een opvallende stijging onder jonge vrouwen. Tegelijkertijd blijft het totale aantal zelfdodingen per jaar over alle leeftijden stabiel op ongeveer 1.8–1.9 duizend. Deze ontwikkelingen wekken zorg en roepen op tot gerichte preventie en snelle, laagdrempelige hulp.

De cijfers: aantallen en tarieven
- Totaal aantal zelfdodingen (Nederland, recent jaar): Volgens CBS/113-rapportage ligt het aantal zelfdodingen rond 1.800–1.900 per jaar (verschillende bronnen en telmomenten geven 1.849 tot ~1.878 voor recente jaren). Dat komt neer op ongeveer 5 zelfdodingen per dag en een bruto tarief rond 10–10,5 per 100.000 inwoners.
- Jongeren tot 30 jaar: In een periode van ongeveer tien jaar nam het aantal zelfdodingen in deze groep toe: van ≈212 (rond 2014) naar ruim 290–312 (recente jaren / 2024–2025, afhankelijk op bron en meetmethode). NOS rapporteerde een toename van 212 naar 299 in tien jaar; CANS/113 en CBS-analyses noemen vergelijkbare stijgingen en recent cijfermateriaal (rond 290 jongeren in 2025 volgens CANS/113).
- Tarief onder jonge vrouwen: Het zelfdodingscijfer onder jonge vrouwen (10–30 jaar) is in recente cijfers opvallend hoog en toont een relatief sterke stijging. 113/CBS noemt dat het tarief onder jonge vrouwen (10–30 jaar) bijvoorbeeld rond 5,5 per 100.000 is voor de beschreven periode — de toename onder vrouwen is sterker dan onder mannen in dezelfde leeftijdsgroepen.
Kort gezegd: hoewel het totale landelijke cijfer (alle leeftijden) niet spectaculair stijgt, vormen jongeren — en binnen die groep vooral jonge vrouwen — een duidelijk risicogroep met groeiende aantallen en daarmee een directe prioriteit voor preventie.
Waar komt die stijging mogelijk vandaan?
Onderzoekers en preventie-instellingen noemen meerdere samenwerkende factoren; het gaat bij zelfdoding vrijwel altijd om complexe, meervoudige oorzaken in iemands leven. Belangrijke thema’s die in recente duidingen naar voren komen:
- Psychische problemen en suïcidale gedachten onder jongeren: Monitoringonderzoeken tonen dat een aanzienlijk deel van jongvolwassenen suïcidale gedachten ervaart — in sommige onderzoeken tot bijna een derde (variërend van incidentele tot frequente gedachten). Ook is het percentage dat daadwerkelijk een poging onderneemt niet verwaarloosbaar.
- Sociaal-maatschappelijke stressoren: Prestatiedruk (studie/werk), woningnood, financiële zorgen, onzekerheid over de toekomst en sociale isolatie worden vaak genoemd in kwalitatieve analyses als triggers of verergerende factoren. 113-rapportages benadrukken dat factoren als eenzaamheid en gebrek aan toekomstperspectief structureel bijdragen.
- Toegankelijkheid en gebruik van hulp: Hoewel 113 en andere hulplijnen sterk zijn benut en uitbreiden, wijzen evaluaties en praktijkervaringen op knelpunten: sommige jongeren weten de juiste hulp nog niet te vinden, of ervaren drempels bij contact (stigma, kosten, onwetendheid over gratis nummers of chat). De toegankelijkheid via meerdere kanalen (chat, gratis nummers) is daarom een belangrijk aandachtspunt.
- Genderspecifieke patronen: Stijgingen onder jonge vrouwen roepen vragen op over specifieke risicoprocessen (bijvoorbeeld hogere rapportage van depressieve klachten, sociale vergelijkingsdruk via sociale media). Onderzoekers benadrukken dat het beeld genuanceerd is en dat er geen simpele verklaring is.
Zelfdoding komt in alle regio’s voor, maar cijfers en trends kunnen lokaal variëren. Nationale cijfers (CBS / CANS / 113) zijn het uitgangspunt voor beleid, maar lokale GGD’s en zorginstellingen spelen een sleutelrol in vroege signalering en regionale interventies.
Wat werkt als preventie?
Onderzoek en praktijkervaring wijzen op meerdere, samenhangende strategieën die effect hebben of veelbelovend zijn:
- Laagdrempelige crisiszorg en bereikbaarheid: 24/7 bereikbaarheid via meerdere kanalen (telefoon, gratis nummers, chat) — en breed bekendmaken dat die diensten bestaan (voorlichting op scholen, via sociale media, huisartsen). 113 biedt meerdere nummers en chatopties; het gratis nummer en chat moeten goed beschikbaar en bekend zijn.
- Vroegsignalering op scholen en in de eerstelijnszorg: Training van docenten, studieadviseurs en huisartsen in herkennen van suïcidaliteit en snel doorverwijzen. Preventieprogramma’s op scholen kunnen veerkracht en hulpzoekgedrag bevorderen. (Aanbevelingen uit 113-rapporten en GGD-aanbevelingen.)
- Adresseren van sociale determinanten: Maatregelen die financiële en woonzekerheid verbeteren, en initiatieven tegen eenzaamheid en sociale uitsluiting, verminderen risicofactoren op populatieniveau. Factsheets van 113 koppelen armoede en sociale stress aan verhoogd risico.
- Geslachtssensitieve aanpak: Omdat de toename onder jonge vrouwen relatief groot is, adviseren onderzoekers interventies die specifiek ingaan op risicofactoren en copingstrategieën in deze groep. Meer onderzoek naar achterliggende mechanismen is nodig.
- Publieke voorlichting en stigmareductie: Open praten over mentale gezondheid verlaagt drempels om hulp te zoeken. 113 en campagne-initiatieven benadrukken het belang van het doorbreken van taboes.
Hoe kun je meteen helpen — praktische tips voor omstanders
- Als je je zorgen maakt om iemand: Vraag direct of diegene aan zelfdoding denkt. Dit klinkt moeilijk, maar het helpt: onderzoeken en richtlijnen van 113 zeggen dat direct vragen veilig is en vaak oplucht voor degene die het meemaakt.
- Blijf bij iemand die in acuut gevaar is en neem direct contact op met hulpdiensten (bel 112 bij direct levensgevaar).
- Verwijs naar 113: Bel, chat of kijk op 113.nl voor hulp en informatie. De hulplijn is 24/7 bereikbaar; er bestaan gratis nummers en chatopties.
Samenvattend, de recente data laten een zorgelijke ontwikkeling zien: terwijl het totale landelijke aantal zelfdodingen stabiel blijft, stijgt het aandeel en het absolute aantal onder jongeren — en dan met name onder jonge vrouwen. Die trend vereist snelle, gecoördineerde actie: betere bekendheid en bereikbaarheid van crisishulp, vroegsignalering op scholen en in de eerstelijnszorg, en maatschappelijke maatregelen gericht op de onderliggende stressoren (huisvesting, financiën, eenzaamheid).














Discussion about this post