In Nederland nemen de aantallen mensen met griepachtige klachten toe en de virologische surveillance toont vooral influenza A-virussen (A(H1N1)pdm09 en A(H3N2)). Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meldt dat het aantal gedetecteerde influenzavirussen de laatste weken stijgt en dat sommige A(H3N2)-stammen (subclade K) veranderingen laten zien die kunnen afwijken van het huidige griepvaccin.

Wat zeggen de cijfers (actuele meetpunten)
- Nivel / huisartsen: in week 4 (19–25 januari 2026) meldden huisartsen 40 patiënten met een griepachtig ziektebeeld per 100.000 inwoners. Dat is vergelijkbaar met de week ervoor en onder de grenswaarde voor verhoogde influenza-activiteit (voor seizoen 2025–2026 vastgesteld op 46 per 100.000).
- Laboratoriumsurveillance (RIVM): bij monsters die naar het NIC gaan worden vooral A(H1N1)pdm09 en A(H3N2) gevonden; daarnaast is er aandacht voor genetische subclades (bijv. D3.1.1 voor H1N1 en clade 2a.3a.1 / subclade K voor H3N2). De weekcijfers tonen een stijging van gevonden influenzavirussen.
(Deze weekcijfers zijn voorlopig en worden wekelijks bijgesteld zodra aanvullende meldingen en laboratoriumresultaten binnenkomen.)
Waarom is dit relevant — variant en vaccinmatching
- Het RIVM meldt dat sommige H3N2-virussen (subclade K) antigene verschillen laten zien ten opzichte van de virussen in het huidige vaccin. Dat betekent niet automatisch dat het vaccin geen enkele bescherming biedt, maar het kan de effectiviteit tegen die specifieke subtypes verminderen.
- Antigene drift (kleine mutaties in het virus) is een normale ontwikkeling bij influenzavirussen en is de reden dat het vaccin jaarlijks wordt bijgesteld. De WHO en nationaal labs volgen deze wijzigingen om vaccinadvies en toekomstige seizoenskeuzes te onderbouwen.
Impact op de zorg — hoeveel druk kan verwacht worden?
- Historisch perspectief uit eerdere jaren illustreert de mogelijke schaal: tijdens de grote griepgolf in 2018 raakten naar schatting ~900.000 mensen ziek in Nederland en overleden ongeveer 9.000 mensen; in dat scenario lagen naar schatting ook tienduizenden mensen in ziekenhuizen (RIVM / NOS reconstructies). Zulke cijfers zijn waarschuwingen voor wat een zware epidemie kan betekenen voor ziekenhuiscapaciteit en IC-opnames.
- Actueel (januari 2026) zijn de huisartsencijfers nog onder de grens voor verhoogde activiteit, en hoewel berichten uit het Verenigd Koninkrijk en andere landen wijzen op snelle stijgingen en toename van ziekenhuisopnames daar, is de situatie in Nederland nog niet op dat extremiteitsniveau — maar de kans op verdere stijgingen maakt waakzaamheid nodig.
Wat betekent dit voor jou
- Vaccinatie — Voor risicogroepen (65+, zwangeren, mensen met chronische aandoeningen, zorgpersoneel) blijft de griepprik de belangrijkste maatregel om ernstige ziekte en ziekenhuisopname te voorkomen; ook bij gedeeltelijke mismatch verlaagt vaccinatie vaak de kans op ernstige uitkomsten. (Zie NHG / RIVM-adviezen voor doelgroepen.)
- Hygiëne en thuisblijven bij klachten — blijf thuis bij koorts en acuut verslechterende luchtwegklachten; houd basishygiëne aan (handen wassen, hoesten in elleboog).
- Zorgbereidheid — ziekenhuizen en GGD’s volgen de surveillance en kunnen lokaal capaciteit en prioritering aanpassen; houd lokale GGD- of ziekenhuisberichten in de gaten bij snelle toename van caseload.
Verwachting en volgende stappen voor de surveillance
De RIVM-surveillance (huisartsen + NIC) blijft wekelijks publiceren: veranderingen in het aantal IAZ-meldingen, virologische karakterisering en hospitalisatiedata bepalen of er binnen enkele weken sprake is van een officiële epidemie. De grenswaarden en virologische bevestiging bepalen die afkapping.












Discussion about this post