In 2025 registreerde het RIVM in totaal 539 meldingen van mazelen in Nederland; het instituut spreekt niet van een landelijke uitbraak maar van meerdere lokale clusters verspreid over GGD-regio’s.

Het Haaglanden-voorbeeld: concrete cijfers
Een diepere analyse van twee clusters laat zien hoe snel zo’n lokaal steekvlammetje kan ontstaan. In de regio Haaglanden werden tussen 1 februari en 1 mei 2025 23 gevallen gemeld. Van die 23 was 91% kind (≤10 jaar), de mediane leeftijd was 5 jaar, en 3 kinderen (13%) moesten in het ziekenhuis opgenomen worden. Onder de geïdentificeerde clusters zaten vijf gezinsclusters en één basisschoolcluster; vier gezinnen gaven een recente reis naar Marokko als mogelijke bron. Als post-exposure preventie (PEP) werden bij drie huishoudcontacten maatregelen genomen: twee ontvingen het BMR-vaccin en één kreeg immunoglobulinen.
Waarom ontstaan deze clusters? (oorzaken en risicofactoren)
Belangrijke factoren die in meerdere bronnen naar voren komen:
- Daling in vaccinatiegraad in bepaalde groepen en wijken, waardoor de populatie-immuniteit plaatselijk onvoldoende is.
- Importgevallen: veel Nederlandse patiënten bleken de mazelen in het buitenland opgelopen te hebben — met name uit Marokko (en in mindere mate Roemenië). Reizen naar gebieden met grote uitbraken verhoogt het risico dat het virus wordt meegenomen en vervolgens binnen onder-gevaccineerde netwerken verder verspreidt.
Klinisch beeld en impact
Mazelen begint meestal met koorts, verkoudheidsklachten en vervolgens huidvlekjes; complicaties kunnen longontsteking of encefalitis omvatten. In de Haaglanden-cluster was de ziekte vooral pediatrisch: jonge kinderen vormden het merendeel en een deel van hen moest worden opgenomen. Dit illustreert dat ondanks relatief lage aantallen op landelijk niveau, de ernst voor individuele kinderen reëel blijft.
Wat doet de publieke gezondheid?
De GGD’s en het RIVM volgen clusters met bron- en contactonderzoek. Bij contacten worden bij voorkeur snel maatregelen genomen:
- PEP: vroeg vaccineren met BMR of toediening van immunoglobulinen bij risicocontacten (zoals ongevaccineerde zuigelingen of immuungecompromitteerden).
- Voorlichting op scholen en in gemeenschappen met lage vaccinatiegraad.
- Monitoring en meldplicht: mazelen is meldingsplichtig, waardoor GGD’s snel kunnen ingrijpen.
Wat kunt u (ouders en verzorgers) doen?
- Controleer of de BMR-vaccinaties van uw kind volgens schema zijn: in het Rijksvaccinatieprogramma krijgt een kind de eerste BMR op ~14 maanden en de tweede op ~9 jaar (of zoals actuele RVP-adviezen aangeven). Bij twijfel: bel de huisarts of GGD en laat vaccinatiegegevens in Praeventis checken.
- Bij (mogelijke) blootstelling of symptomen (koorts + huidvlekjes): blijf thuis en bel de huisarts vóór een bezoek — om verdere verspreiding te voorkomen en te zorgen dat instellingen voorbereidingen kunnen treffen.
Breder perspectief en risico’s voor 2026
Hoewel RIVM (begin 2026) nog geen nieuwe landelijke uitbraak signaleerde, laten de clusters zien dat plaatselijke dalingen in vaccinatiegraad en reisgerelateerde importgevallen snel tot nieuwe lokale uitbraken kunnen leiden. Regionale GGD-cijfers (bijvoorbeeld meldingen in 2025 van enkele regio’s met >475 meldingen volgens GGD-updates) onderstrepen dat het risico niet uniform is door het land. Het accent blijft dus op gerichte vaccinatie-inspanningen en vroege detectie liggen.















Discussion about this post